Sitemap | Zoeken | Contact  | English - Engels  

Invloed van Antarctica-stations

De bouw van de onderzoeksstations op Antarctica kunnen natuurlijk ook niet zonder gevolgen zijn. Sedert in 1959 het Antarctica-verdrag ondertekend werd is Antarctica enkel nog voor vredelievende en onderzoeks-doeleinden gebruikt. Omdat daar intussen 39 lidstaten samenwerken zonder problemen van nationaliteit, politiek, geloof of huidskleur is Antarctica een uniek voorbeeld voor vrede.
Toch moeten enkele milieuregels in acht genomen worden. Omdat Antarctica en de omliggende eilanden voor 95 à 98 % met ijs bedekt zijn hebben de robben en zeevogels, vooral de pinguïns dan, slechts een kleine oppervlakte ter beschikking om te broeden. Hier worden nesten gebouwd, eieren gelegd en kuikens grootgebracht. Jammer genoeg is deze ijsvrije zone ook de meest aantrekkelijke plaats voor de bouw van de stations. Men vindt ongeveer 70 stations waarvan er 45 het ganse jaar bezet zijn. Ze moeten, evenals de broedplaatsen van de pinguïns, gemakkelijk bereikbaar zijn vanop zee en gunstige microklimatische voorwaarden vervullen. Zelden werd bij die bouw gedacht aan de negatieve invloed op de pinguïns. Deze worden door de bouw en het geloop van de mensen bijkomend gestoord. Bovendien wordt hun leefwereld door stof, geluid, gasuitlaat en per ongeluk gemorste olie en andere giftige afval belast. Vroeger werd er oogluikend toegezien als er olievaten, batterijen, kunststoffen e.d. eenvoudig achter de eerste heuvel werd afgeladen. Af en toe werd die berg afval dan eenvoudig verbrand. Intussen is de druk van natuurbeschermers zo groot dat volgens het Protocol van Madrid van 1990 alle afval terug naar het land van herkomst moet worden gebracht. Ook waterreiniging en terugvoer van de daaruit ontstane restanten wordt aanbevolen.

Ondertussen werd ook volgens verdrag (1990) vastgelegd dat er geen afbouw van ruwstoffen zal gebeuren in de volgende 50 jaar.

Naast het bestaan van de stations moet men dan ook nog rekening houden met de aan- en afvoer van materiaal en bevoorrading. Dit gebeurt per schip (hiermee gebeuren ook af en toe ongevallen : zie olievervuiling) en dan vliegen helikopters af en aan om alles tot bij het station te brengen. Dat deze vluchten (gepaard met veel lawaai) over pinguïnkolonies gaan is niet altijd te vermijden. Dit heeft tot gevolg dat verschillende dieren uit angst hun nest verlaten en de eieren en/of kuikens overgeleverd waren aan skuas e.d. Andere vluchten in paniek en vergeten hun kuikens te voeden. Gevolg : een vermindering van populatie.

Soms wordt er bij de bouw van een landingsbaan of station geen rekening gehouden met de door pinguïns "aangelegde wegen" : keizerspinguïns volgen bv. steeds dezelfde weg van en naar hun kolonies. Wanneer daar een hindernis opduikt weten de dieren niet meer waarheen en de gevolgen zijn duidelijk.

Dat in de buurt van stations soms afval rondslingert, olie uitloopt en afwalwater ongereinigd in zee loopt heb ik al vermeld. Maar door onderzoek heeft men vastgesteld dat er afbouwprodukten van DDT (al sedert 1974 wereldwijd verboden) en ook PCB´s (Polychloorbifenyl) terug te vinden zijn in het vetweefsel van pinguïns. Dan kan men zich de vraag stellen : waar eindigt het?

volgend hoofdstuk: broeikaseffect en ozongat
© Pinguins info  |   2000-2017