Sitemap | Zoeken | Contact  | English - Engels  

Geslachtsbepaling bij pinguïns

Volgend citaat komt uit een boek van 1981.
Tegenwoordig wordt het geslacht meestal bepaald via een DNA-onderzoek van een veer.

"Bijna alle soorten van de orde der pinguïns zijn geslachtelijk monomorf, in veldstudies kon alleen het geslacht vastgesteld worden aan de hand van karakteristieke baltspatronen en het dominantiegedrag van de mannelijke pinguïns. Deze karakteristieken worden alleen in het broedseizoen gezien.
SLADEN (1978) heeft een methode ontwikkeld om pinguïns te sexen. Met behulp van een ongeveer 10 cm lang speculum met ingebouwde verlichting kon hij de cloacawand observeren. Ongeveer in het midden van de ventrale cloacawand vond hij bij de mannelijke pinguïns 4 papillen, ongeveer een halve centimeter groot. De middelste twee ervan kwamen overeen met de uitmondingsplaatsen van de beide urineleiders, de buitenste twee waren de uitmondingsplaatsen van de beide zaadleiders. De beide papillen, die de uitmondingsplaatsen van de beide urineleiders markeren, werden ook gevonden bij de vrouwelijke pinguïns, terwijl de buitenste papillen zeer rudimentair aanwezig zijn, in ieder geval veel en veel kleiner dan bij de mannelijke exemplaren.
In de linkerwand van de cloaca kan ook de uitmonding van de eileider gezien worden. Dit geslachtsonderzoek is uitgevoerd op adéliepinguïns (Pygoscelis adeliae), humboldt pinguïns (Sphensicus humboldtii), brilpinguïns (Spheniscus demersus) en de keizerspinguïns (Aptenodytes forsteri).
Volgens SLADEN is dit cloacaal geslachtsonderzoek gemakkelijk uitvoerbaar, zowel tijdens veldbiologisch onderzoek als in dierenparken."


.


Bronvermelding :
Dit is een citaat uit het boek: "Geslachtsbepaling bij vogels" geschreven door Drs. G. Th. F. Kaal, uitgegeven door Drukkerij Zomer Arnhem in 1981.
Omdat de betreffende uitgeverij niet meer bestaat(?) kon ik geen toestemming vragen om dit te publiceren, dus als ik auteursrechten schend, gelieve dit te melden.


© Pinguins info  |   2000-2015