Sitemap | Zoeken | Contact  | English - Engels  

  • Op het land
  • In het water
  • Parasieten

Natuurlijke vijanden op het land

Skelet van een adeliepinguin
Zoals alle dieren vormen ook pinguïns een deel van de voedselketen, d.w.z. dat ook zij bepaalde vijanden hebben die hen jagen en opeten. In deze kringloop wordt niet gejaagd uit plezier maar enkel om zichzelf en z'n jongen van voedsel te voorzien. Omdat meestal de zwakkere dieren gevangen worden, is dit een vorm van natuurlijke selectie.
Men kan deze vijanden onderverdelen naarmate ze pinguïns op het land of in het water jagen. Natuurlijk zijn er ook organismen die parasiteren op de levende pinguïns door beten en steken en aldus aanleiding zijn voor infecties en ziekten.

De vijanden op het land kan men onderverdelen in twee groepen :

- Alle vijanden die vanuit de lucht aanvallen, d.w.z. de reuzenstormvogel, de skuas of roofmeeuwen, ijshoenders en de meeuwen.

- De landroofdieren, zoals ratten, katten en honden, die jammer genoeg door de mens ingevoerd werden.

Vanuit de lucht

Hieronder verstaat men alle dieren die pinguïns en hun eieren en jongen aanvallen als deze zich aan land bevinden tijdens het broeden en ruien. De meeste vijanden elimineren de zwakkkere en zieke dieren en hebben dus tot nut dat ze de populatie gezond houden.

  1. Reuzenstormvogel

    De stormvogel is verwant met de albatros. Hij wordt gekenmerkt door een vleugelspanwijdte van 2 m, donkerbruine tot witte kleur en een grote, scherpe snavel waarmee hij de buit vangt en het vlees verscheurd.
    Zoals de albatros kan ook hij heel elegant en bijna gewichtloos over het water zweefvliegen. Op jacht kunnen ze tot honderden kilometers afleggen.
    Aan land bewegen ze zich eerder onbeholpen en springen met half geopende vleugels. Men ziet slechts zelden dat ze pinguïns op zee jagen. Enkel tijdens de hoogzomer, wanneer de jonge adéliepinguïns voor de eerste keer in zee springen zijn ze ook ter plaatse. Terwijl ze heen en weer vliegen langs de kust, isoleren ze een kuiken en storten zich dan met volle gewicht erop om door de kracht van de botsing, de nek van het jonge dier te breken. Een andere taktiek is om met meerdere vogels een kuiken te omsingelen en erop in te pikken tot het sterft.
    Tijdens de broedperiode van de pinguïns, zwermen de reuzenstormvogels uren heen en weer op zoek naar zieke of verlaten kuikens of gekwetste volwassen dieren. Een volwassen pinguïn is meestal in staat om deze vijand af te weren, maar wanneer hij bv. al verwond is door een zeeluipaard, is hij meestal zo verzwakt dat hij hun aanval niet genoeg kan afweren. De reuzenstormvogels vallen dan langs achter aan en vergroten door beten de reeds voorhanden wonden en pikken de ingewanden eruit. Gelukkig is de pinguïn dan na korte tijd zo zwak dat hij amper nog iets merkt.
    Meestal echter verkiest de reuzenstormvogel de kuikens als buit. Vooral de kuikens van de koningspinguïn zijn hiervan slachtoffer. Deze moeten namelijk tijdens de winterperiode als amper drie maanden oude kuikens de meeste tijd alleen blijven terwijl de volwassen dieren op jacht zijn. Omdat ze praktisch geen voedsel bekomen, zijn ze zo zwak dat ze een gemakkelijke prooi vormen.

  2. Roofmeeuwen (jagers) of skuas

    Skuas gelijken op grote bruine meeuwen en worden daarom ook roofmeeuwen genoemd. Ook deze roofvogels hebben een voorliefde voor de eieren en kuikens in alle stadia van ontwikkeling. Soms worden ook de gekwetste en zieke volwassen pinguïns bij gelegenheid wel eens het offer van deze roofmeeuwen.
    Skua bij adeliepinguins
    Omdat roofmeeuwen gevreesde vijanden zijn vallen de pinguïns met geopende bek en gestrekte hals direkt aan bij zichtkontakt. Dit nutten de roofmeeuwen uit door met twee aan te vallen. De ene vliegt steeds juist buiten reikwijdte van een broedende pinguïn, maakt hem woedend en probeert hem zo weg te lokken van het nest. Wanneer de pinguïn uiteindelijk zo geërgerd is dat hij enige passen achter de roofmeeuw aanloopt, pikt de tweede meeuw het ei of kuiken uit het nest. Deze buit wordt dan broederlijk gedeeld door de twee meeuwen.
    Omdat roofmeeuwen zich grotendeels voeden met eieren en kuikens van pinguïns kan men zich afvragen waarvan ze buiten het broedseizoen leven. Ze gebruiken een bijzondere truuk om aan een warme maaltijd te komen. Ze vliegen over zee en zoeken een arme zeevogel die juist gegeten heeft. Deze kan door die volle maag niet vlug opstijgen en de zware aanvallen ontwijken. Om toch aan de aanval te ontkomen zal de zeevogel ten lange leste z'n voedsel opwurgen en uitspuwen. Hierop heeft de roofmeeuw gewacht en vooraleer dit uitgespuwde voedsel het wateroppervlak raakt, heeft de roofmeeuw dit al beet. Smakelijk is anders, maar voor de meeuw is deze buit een welkome maaltijd.

  3. Ijshoenders

    ijshoen
    De ijshoenders zijn eigenlijk maar in beperkte wijze vijanden van de pinguïns. Ze zijn ongeveer zo groot als dwerghoenderen met vele overeenkomsten ermee zoals : waterschuw en met hoogtevrees. Ze hebben witte veren en met een speciale snavel die aan de spits zwart is en aan de aanzet overgaat in een rij roze-gele huidplooien. Meestal voeden ze zich met afval en aas. Soms echter durven ze ook een gewonde pinguïn nemen, die te zwak is om zich te verweren. Ook verlaten eieren zijn hun prooi. Maar omdat ze lang nodig hebben om een gat in een ei te pikken, zijn ze meestal te traag en worden tijdig verjaagd.
    Hun grootste kracht zit in de kunst om het voedsel van voederende pinguïns te stelen. Ze sluipen dicht bij een nest en wachten tot het volwassen dier de bek opent om z'n kuiken te voeden. Het kuiken staat direkt onder de hoogwurgende vogel, klaar om met z'n bekje de brij op te vangen. Op dat moment fladdert de ijshoender op om bijna vlak op de kop van de voedende pinguïn te landen. Deze schrikt hierbij zo dat hij de voedselovergave afbreekt. Hierbij is z'n bek nog vol met de brij die hij niet volledig terug kan inslikken zodat hij morst. De warme krill valt op de grond waar het direkt wordt opgevangen door de ijshoen.
    Meestal echter zijn de ijshoenders de afvalopruimers in een pinguïnkolonie.

  4. Meeuwen

    Verder leven er natuurlijk ook meeuwen in bijna alle pinguïnkolonies. Deze zijn steeds op zoek naar verlaten eieren of kuikens. Voor een wetenschapper die in de kolonie op onderzoek is, kan dit heel vervelend zijn. Door zijn aanwezigheid kan een pinguïn vlug opgeschrikt worden en dan voor korte tijd z'n nest verlaten, wat fataal kan worden voor het ei of kuiken.

Landroofdieren

Er is een lange lijst met landroofdieren die een bedreiging voor de pinguïns vormen. Vele ervan zijn door de mens ingevoerd, zoals ratten, katten en honden.

Er zijn 4 pinguïnsoorten die op het vasteland broeden, zoals de afrikaanse, de humboldt-, magelhaen- en dwergpinguïn. Deze worden door vele landroofdieren bedreigd. Zo kan een luipaard voor afrikaanse pinguïns zeer gevaarlijk zijn. Toen een eiland, waarop een kolonie broedt, door de mens via een brug verbonden werd met het vasteland werd deze kolonie opeens geplaagd door vossen, roofkatten en zelfs slangen.
De dwergpinguïn wordt vooral bedreigd door dingos (wildhonden) en de tasmanische duivels (buideldier).
En de magelhaenpinguïns verliezen regelmatig hun eieren en kuikens aan gordeldieren.

vijanden op land

Natuurlijke vijanden in het water

De best gekende vijanden in het water zijn de zeeluipaarden, maar daarnaast heeft men ook nog pelsrobben, en walvissen en haaien.

Om hun vijanden te misleiden en de jacht te bemoeilijken, gaan pinguïns meestal in groep in het water.
Adéliepinguïns
© Elizabeth Burtt


Zeeluipaarden

Het zeeluipaard is verwant met de zeehond en behoort tot de hondsrobben (phocide robben). Deze kunnen zich aan land, in tegenstelling tot de oorrobben, enkel schuivend op de buik voortbewegen. Ze zijn heel aangepast aan het leven in het water met hun korte ledematen, zodat enkel nog handen en voeten uitsteken. Kenmerkend voor deze hondsrobben is dat ze geen uitwendig oor hebben, hoewel ze toch uitstekend horen.

Tot de familie van de zuidrobben behoren naast de zeeluipaarden ook de krabbeneters, de Ross- en Weddellzeehonden. Ze leven allen begrensd in en rond Antarctica.

Zeeluipaarden kunnen tot 4 m lang en 500 kg zwaar worden. Ze hebben een zo grote muil, dat hun mondhoeken bijna tot het achterhoofd reiken. Hun gebit bestaat uit lange, scherpe snijtanden, grote puntige hoektanden en driepuntige kiezen. Hiermee zijn ze zowel voor het vangen van krill als voor het grijpen van snelzwemmende vissen en pinguïns uitgerust.
De buik van een zeeluipaard is lichtgekleurd, terwijl de rug donker is en gevlekt, zodat ze in het water bijna onzichtbaar zijn.
Het verslinden van een pinguïn door een zeeluipaard gebeurt op gruwelijke wijze. Het roofdier wacht onbeweeglijk op de naderbijzwemmende pinguïns aan hun gebruikelijke landingsplaats. Zodra er één te dichtbij komt grijpt hij met een snelle kopbeweging toe en klemt het dier in een strakke greep tussen de grote kaken. Daarna zwaait hij zijn prooi met snelle, snokachtige bewegingen heen en weer tot de huid scheurt en hij happen uit het vrijgekomen vlees kan bijten.


Pelsrobben

Zeebeer
Dit is een verwante zeebeer.
In tegenstelling tot het zeeluipaard zijn pelsrobben wel oorrobben (otariide robben). Zij zijn verwant met zeeberen en zeeleeuwen. Deze kunnen wel snel en wendig bewegen aan land dankzij de achterste ledematen die ze als "derde been" onder hun lichaam brengen gebruiken. Ze meten ongeveer 2 m en wegen tussen 125 en 200 kg.
Pelsrobben kunnen door hun uithoudingsvermogen lang jagen op een pinguïn en putten hem zo erg uit dat deze uiteindelijk aan het wateroppervlak moet komen uitrusten waar hij van onder uit het water wordt geplukt door de pelsrob. Soms ook wachten de pelsrobben bij de landingsplaats van de pinguïns en vangen hem zoals een zeeluipaard doet. Gelukkig zijn niet alle pelsrobben-soorten vijanden van de pinguïns.



Walvissen en haaien

Zwaardwalvissen (orcas) jagen op pinguïns, hoewel deze voor de 8 m lange orca slechts een kleine buit zijn. Door de snelheid (40 km/uur) zijn orcas sneller dan de pinguïns, maar deze zijn veel wendiger. Daarom proberen de walvissen hen tussen bossen zeewier te drijven waar een pinguïn z'n wendigheid verliest en er zelfs in verstrikt geraakt, waarna de zware walvis dan door zijn lichaamsmassa het wier doorbreekt en de pinguïn vangt.
haai

Ook haaien zijn een bedreiging voor bepaalde pinguïnsoorten die in wateren leven waar ook haaien voorkomen. Dit geldt vooral voor de Galapagos-, humboldt-, afrikaanse, magelhaen- en dwergpinguïns.

Parasieten

mug
Men kan parasieten niet echt bij de klassieke rovers tellen, maar ze kunnen ook als vijand van pinguïns beschouwd worden. Ze voeden zich met het bloed van hun slachtoffers en kunnen een ware plaag zijn.
Zo kunnen sommige pinguïns sterven door worminfecties in hun verteringsstelsel. Meestal zijn het de zwakkere dieren die hiervan te lijden hebben.

Teken en vlooien kunnen vooral in Peru en Chili een ware plaag vormen voor de daar levende zeevogels, waaronder de pinguïns. Zijn deze teken dan ook nog eens drager van een vogelvirus kunnen ze leiden tot een ziekte, die voor mensen gepaard gaan met hoge koorts en verschillende nevenwerkingen. Voor een pinguïn voert dit virus meestal maar tot hoofdpijn.

En als laatste moet men dan nog de vogelmalaria vermelden die door muskieten wordt overgedragen.
© Pinguins info  |   2000-2015